Mizze

‘Mizze’ is (evenals ‘mis’ of ‘mizzen’) het Groninger woord voor mest of mesthoop. Mestbult kan eveneens (specifieker) worden vertaald als ‘misbult’ of ‘misdobbe’. Kunstmest is ‘kunstmis’, varkensmest is ‘swienemis’, kippenmest is ‘houndermis’, koeienmest is ‘koumis’ en paardenmest is ‘peerdemist’/‘peermist’. Het wordt ook gebruik voor een mispas of een mislukking (‘Das n mizze!’), een miskraam (‘Laiver n wizze as n mizze’) of een slecht karakter (‘Dij kerel is n dikke mizze’). Het vervoeren van mest wordt wel ‘misken’ genoemd. De mest naar het land rijden is ‘de mizze mennen’ en het land bemesten is ‘t Laand bemizzen’. De mest ‘streuden’ of ‘schudden’ is de letterlijke betekenis van over het land strooien. Voor het uitmesten van de stallen wordt ‘mizzen’, ‘òfmizzen’ of ‘oetmizzen’ gebruikt. Een mestvork is een ‘greep’ of een ‘miskraauwel’ (een ‘kraauwel’ is een werktuig met die of vier tanden om de mest van de wagen af te krabben, wordt ook gebruikt om de kleigrond in tuinen los te maken).

“De mis drieven lòtten” – De met verkopen aan schippers, in plaats van op eigen land te gebruiken (afkeurende uitdrukking).
“Hai kraait as n hoan op zien aigen mizze” – Hij voert het hoogste woord.
“n Hoan het n groot recht op zien aigen mis” – Iemand die in zijn/haar eigen huis is, op zijn eigen land staat, kan vrij spreken.
“Hai is oet de mizze hakt” – Hij is van de allerminste afkomst.
“Dat is op zien mis ook nait gruid” – Dat is ook niet van zijn eigen vinding (letterlijk: dat is ook niet op/uit zijn mest gegroeid).
“Lòt joe nait op de mizze gooien” – Laat je niet de kaas van het brood eten.